HEER HERINNER U DE NAAM VAN
CHRIT MULLERS, 77 jaar

Twee eigenschappen waarmerken jouw karakter: je ijver en je trouw.
Wat je beloofde, legde je ten uitvoer. Dat had je moeder je hartgrondig ingeprent. Toen je op prille leeftijd misdienaar werd, kreeg je van haar in je oren geknoopt: ‘Maar dan minstens voor een jaar, hè!’
Het heeft gewerkt. Het zijn bijna zeventig jaren geworden. Je taak groeide: in de breedte (acolyth, lector, koster) maar evenzeer in de diepte. Aan je lezen en aan de voorbeden die je meestentijds zelf samenstelde, kon men horen dat je wist wat je las en wat je bad.
Van je onvermoeibare inzet getuigden je kerststal en de wijze waarop je in de Goede Week de kerk tot driemaal toe van gedaante veranderde. Zoals jij het mysterie van Gods menswording vorm gaf – dat blijft voor altijd gegrift op de gevoelige plaat van onze memorie.
En zo zullen bij velen jouw bisschoppelijke activiteiten rond vijf december een diepe impressie achterlaten, alsook het feit dat het optreden van deze goedheiligman aan de scouting ten goede kwam.
Je zat niet veel thuis. Je floot als scheidsrechter bij de door broeder Egidius opgerichte handbalclub ‘Kollefit’ en je hebt vele jaren met plezier gebiljart.
Trouw was je ook aan de gemeente Maastricht waar je je veertig dienstjaren noest hebt volbracht. En trouw betoonde je aan je ouders die je tot aan hun laatste ademtocht hebt verzorgd.
Je leefde alleen maar niet eenzaam. Dankzij je eigen inzet, die je met velen in contact bracht; en door je positie als oom en oudoom binnen de familie: noonk  Chrit hoorde erbij, zeker bij feesten en jubilea.
Toen je de grens tussen tijd en eeuwigheid overschreed, was er niemand bij. Maar je bent in goede handen gevallen. Gods adelaarsvleugels dragen jou tot in het eeuwig jonge Licht. De ijver voor Gods huis die jou bezielde, bereikt zijn bron.
Chrit, onze dank gaat dieper dan welk woord ook. Denk je, plechtig participerend in de hemelse liturgie, aan ons?
De herinnering aan jouw uitgesproken persoonlijkheid kruidt onze gevoelens van dank en gemis.

Chrit Mullers.jpg
 
HEER HERINNER U DE NAAM VAN
SJAREL FRANSSEN, 86 jaar

Het begon tragisch. Een moeder die het gezin niet aankon. De kinderen uit huis gepaatst. Jij kwam in Nederweert te land. De familie Eggen nam je echt op in hun familiekring: ze beschouwden en behandelden je als een van hen. Zo ontwikkelde zich bij jou het lieve, intrinsiek vriendelijke karakter dat jou je leven lang heeft gewaarmerkt. Door je verkering (en vervolgens huwelijk) met Anna Minses keerde je terug naar Maastricht, waar je
je ontplooide als een flexwerker avant la letttre: de mijn, het leger, wegenbouw, Intergarde - kortom, een man met een groot aanpassingsvermogen. Men kon op jou een beroep doen!
Over je relatie tot Mam z.g., tot ons als kinderen, klein en achterkleinkinderen kunnen we zeggen, alles in één zin samengevat:
Jij hield van ons, en wij hielden van jou.
‘Mooi was de tijd dat jij onder ons mocht zijn’.
Pap, Opa, Over-opa: bedankt! Tot later.
 
BIJ DE BRON
Op Hemelvaartsdag ga jij je Eerste Heilige Communie ontvangen, QUINTYY PALMEN, Kruisboogruwe 16; en dus werd jij op
zondag 31 maart door het doopsel ingelijfd bij de kinderen van het Licht. Zelf zette je je naam onder de doopoorkonde.
Toen je de eerste zalving zou krijgen, gaf je eigenmondig te kennen dat je het kwaad wilde afzweren; en nadat wij jou de handen hadden opgelegd strekte jij op jouw beurt jouw hand uit boven de hoofden van papa Kenneth, mama Marina, peetoom Giovanni en peettante Carmen.
Onder klokgelui stroomde het water van Gods ontferming over jouw hoofd. Eigenhandig ontstak je jouw levenslicht aan het Licht van Christus, waarna
je het op de tonen van het Ave Maria naar Maria droeg. Aan haar voorspraak bevelen wij jou. Inmiddels speldde je peettante jou de Theresia-medaille op: je bent in haar kerk gedoopt en je doet straks in haar kerk de communie. Proficiat, Quinty, met deze eerste grote stap op jouw weg naar het Licht!
 
BIJ DE BRON
Van ver komen je ouders (uit Engeland en van de Filippijnen); van ver kwamen familie en vrienden op zondag 14 april; met buitengewone inspanning van veler kant en ook jouwerzijds ben jij in ons midden gekomen, LIAM WOOD, Zeepziedersdreef 64, en dus waren wij allen op de voornoemde zondag om 12.00 uur vervuld van dankbaarheid toen we jou door het doopsel inlijfden bij de kinderen van het Licht. Je hebt je gelukkig ontwikkeld tot een stevige boy, goedlachs en vol leven: iemand die zijn weg met grote interesse zal gaan. Je zag ons open in de ogen bij alle woorden en gebaren die een mensenkind voorbereiden op het waterbad van het eeuwige leven. We kunnen het Licht niet alleen brandend houden,  en dus gaven wij het schijnsel van jouw doopkaars aan elkaar door – een gebaar dat qua diepgang door weinig andere wordt geëvenaard. Proficiat met dit lichtgevende Begin, Liam, èn proficiat met het warme nest dat jou omgeeft!
 
 
 
BIJ DE BRON
Door de aderen van Papa Joseph stroomt Oostenrijks bloed en het sprak voor hem vanzelf dat jij, CAS ZEGUERS,Valeriushof 69 B, door het doopsel zou worden opgenomen onder de kinderen van het Licht. Op zondag 17 maart was het zover. Omringd door familie en vrienden (niet te vergeten je grote broer!) kwam je onze
St. Jozefkerk binnen die iets van de intimiteit van een grote huiskamer uitstraalt en dus mensen het gevoel geeft dat ze bij God thuiskomen. Je keek ons open in de ogen toen we je allemaal een kruisje gaven om je in het Huis van Licht te verwelkomen. Peetoom Alain en peettante Naomi hielden de doopschaal vast terwijl je broer Sepp daarin het doopwater uitschonk. Vervolgens bedauwde het water van het eeuwige leven jouw keurig gekamde haar, en werd jij kind van de Vader die onze
levens draagt. Terwijl jij je prima hield, gaven we jouw Levenslicht aan elkaar door en droegen jou, door dat Licht omringd, naar Maria waar je peettante jou de St. Jozefmedaille opspeldde.
Proficiat, Cas!
 
BIJ DE BRON
De zon brak door, TIMBER COENEN, Wolkammersdreef 56, toen jij in het dooppakje van je vader onze St. Theresiakerk binnenkwam.
Het was zondag 24 maart en het had zojuist 12.00 uur geslagen. Je straalde van levenslust. Tijdens het evangelie waarin Jezus ons voorhoudt dat we alleen met de ogen van een onbevangen kind het Rijk Gods zullen zien, keek je met nadenkende blik naar Joris en de andere mensen binnen je gezichtsveld.
Het frisse water uit de doopvont deed jou verblikken noch verblozen. Terwijl de klok tot in verre omtrek verkondigde dat jij een kind van het Licht was geworden proefde jij keurend van het zout, het symbool voor een mens die smaak heeft en smaak geeft aan het leven. Je peetoom Jack ontstak jouw doopkaars aan het Licht van Christus en droeg die tot aan Maria’s voet waar je peettante Amanda jou de Theresia-
medaille opspeldde, want St. Theresia is nu ook jouw patrones.
Proficiat, levensblije Timber, met dit begin, en met jouw warme nest!
 
HEER HERINNER U DE NAAM VAN
RAYMOND SCHYNS, 97 jaar

Wijsheid van het hart vond jij destijds bij Iedje; en zij kon met jouw levendigheid, jouw eindeloze benieuwdheid naar mensen en gebeurtenissen goed uit de voeten.
Jij behield, bijna tot aan je uiterste uren, het energische van een kind. Je was een Draufgänger in alle facetten van het leven. ‘Dran wie Blücher!’ citeerde je graag de Kerkradenaar.
Je gaf nooit op. Ik zie je nog staan aan het bed waarop een goede vriendin in coma lag. Ik hoor nog hoe je luid en duidelijk het woord tot haar richtte. Op zo’n moment had je het onbevangene, het recht-voor-z’n-raapse van een kind.
Loslaten (in welk opzicht ook) lag jou verre. Toen je Iedje moest loslaten, huilde je dan ook als een beroofd kind.
Moge je haar hervinden in het eeuwig jonge Licht.
‘Dran wie Blücher!’ Ik vermoed dat men in het Paradijs wel enige reuring kan verwachten.
 
BIJ DE BRON

Omwolkt door een kring van hartelijke familieleden kwam jij, DELANO KELEKVAN,op zondag 20 januari  om 12.00 uur naar onze St. Theresiakerk om door het doopsel te worden ingelijfd bij de kinderen van het Licht. Je had er, gezien de opgeruimde uitdrukking op je gezicht, duidelijk zin in: we gaven jou, als teken van welkom in kerk & leven, allemaal een kruisje op je voorhoofd, en de lach om jouw lippen en in jouw kijkers weerglansde in de blik van ons allen. Zo belichaamde jij wat Jezus ons in het evangelie van zijn ontmoeting met kinderen voorhoudt: dat alleen ogen die de onbevangenheid van een onbedorven kind bezitten het koninkrijk Gods kunnen waarnemen. - Op het moment dat we (met name je ouders en je peetouders) de handen boven jou uitstrekten, beseften we de verantwoordelijkheid die op ons rust: jou op te voeden tot een mensenkind dat door zijn toegestoken hand het kwade overwint door het goede. Een niet geringe opdracht!
Proficiat, Delano, met dit warmhartige begin.
God en zijn Moeder zegenen jou!
 
HEER HERINNER U DE NAAM VAN
LIESBETH KENNES-HENDRIKS, 77 jaar
Iemand die het leven liefhad. Het reële leven, welteverstaan. Tijd om te dromen over verre verten was jou niet beschoren. Geboren onder de oorlog, opgroeiend in de jaren van wederopbouw was je als meisje uit een middenstandsgezin vooral druk. Toen Loek jou leerde kennen en jullie het ‘eens en wel zéér eens’ werden, kreeg hij een vrouw die met geld wist om te gaan èn die haar handen kon laten wapperen! De opvoeding van Brigit, Léon en Jeannine kwam vooral op jou neer. Jouw slanke schouders toonden hun draagkracht. Daarbij wist je ook van genieten. Bij jou kon veel, zo niet alles. Je huis was de zoete inval; je stimuleerde je kinderen in hun sociale ontwikkeling, je moedigde hen aan in hun hobby’s, je was t.a.v. hun school een actief meelevende moeder.... Ruw werd dit alles in 1993 doorkruist door het schielijk verscheiden van Léon. Maar jullie hebben veel warmte en compassie mogen ondervinden van de bewoners van het dorpje op Kreta waar hij ligt begraven. Dáár leeft men met zijn doden, ook met de jonge vreemdeling en zijn nabestaanden.... Nu zie je hem weer. Jullie breiden de armen naar elkaar uit, en verstaan alles. Denken jullie ook aan ons, en heel speciaal aan Loek? Tot later. 

HEER HERINNER U DE NAAM VAN
JACQUES CIMMERMANS, 86 jaar

Bij je geboorte was je zéér welkom: je vader, reeds de trotse pa van drie dochters, verscheen met jou op de arm voor het open venster van jullie huis aan de Kleine Gracht, en riep met luider stem: ‘Een zoon! Ik heb een zoon!’ Met zo’n begin wordt de
levensweg een weg van licht; en in de (gelukkig vele) jaren van je bloei wàs dat ook zo. Je groeide groot in Bosscherveld, je voetbalde, je was bij de scouting, je ontdekte je muzikale aanleg bij het kerkkoor, je zwom in de Voeding, aangemoedigd door pastoor Moerman - een jeugd, dus, van veel buiten en veel beweging. Vanaf je zestiende (na de Ambachtsschool) tot aan je pensioen gaf je, in grote loyaliteit, je beste krachten aan de KNP. Door ettelijke avondstudies gescherpt nam je het voortouw in het digita-
liseren van het technisch tekenen - waarmee je je tijd vooruit bleef en waardoor je tot het laatst met grote en zeldzame arbeidsvreugde hebt gewerkt. De muze blééf je raken: aangestemd door je eigen geluk met Jenny zong je in vele huwelijksmissen het Panis Angelicus en het Ave Maria en je speelde in een orkestje contrabas op vele en velerlei
partijen. Je was de perfecte gentleman, zowel in uiterlijk als in gedrag. Je droeg Jenny op handen. Wil je, nu je haar bent voorgegaan, in het eeuwig jonge Licht aan haar denken? Tot later.

HEER HERINNER U DE NAAM VAN
HANS FEITER, 92 jaar

Je wàs er, nog altijd, toen je op 9 januari in vrede bent overgegaan naar de Andere kant - in het huis dat je voor Elly,de liefde van je leven, hebt gebouwd en waar jullie 55 jaar lang jullie geluk hebben gedeeld en daardoor vermenigvuldigd. Je wàs er, tot in je uiterste ogenblik: de man van het gesprek-met-inhoud. De man met een helder vertolkte, duidelijk eigen mening. Die leuke oom, die zijn neefjes en nichtjes op een spannende manier uitdaagde. De stedebouwkundige die Maastricht vrijwaarde voor de kaalslag van design en overschatte moderniteit. De nuchtere, klaar denkende leidinggevende, die geliefd raakte bij velen op zijn werkvloer. De man die sociale samenhang tot stand wilde brengen en wie dat lukte, ook in zijn fungeren bij Probus I. Een man om òp te bouwen en een man die de waarde van behouden urgeerde. Een man die onder zeer uiteenlopende omstandigheden zijn rug wist te rechten.
Op 9 januari ben je, zoals St. Theresia, niet gestorven. Je ging het leven binnen.
besteed. En bij de Sterre der Zee (waar u altijd te voet naar toe ging) laadde u de accu van uw ziel weer op. Zij is u tegemoetgekomen aan uw laatste bed, in ‘de Mins’, en zij heeft uw hand weer vervlochten met die van Jeu. Die kordate liefde van u trekt voor altijd haar spoor door ons gedenkend hart.

HEER HERINNER U DE NAAM VAN
RITA DE MACKER-RONDAS, 81 jaa
r
Aan spirit, en aan courage heeft het u nooit ontbroken.
Werd het leven weerbarstig, dan attaqueerde u het. Vaak op geestige wijze. Nooit wollig, of omfloerst. U uitte uw mening straight, rechtuit. De foto op uw gedachtenisprentje geeft treffend weer hoe u dan keek. Aan zelfbeklag deed u niet. Eigenlijk was u on-
stuitbaar optimistisch.
En u hield vast aan uw levensvorm. Mariëlle en Luciën merkten ooit op: ‘Uw eigen dogma’s staan u in de weg’. Maar u liet zich niet van het door u belijnde pad afbrengen.
In onze tijd zou u meer maatschappelijke ontplooiing hebben nagestreefd. Nu hebt u tijdens de 49 jaren van uw huwelijk geleefd voor Jef, voor Mariëlle en voor Luciën. Na het overlijden van Jef gedacht u hem op uw eigen noeste wijze.
Hij kwam u op 24 januari tegemoet in het eeuwig jonge Licht.
Denkt u, met hem herenigd, aan ons? Tot later.
 

HEER HERINNER U DE NAAM VAN
MIA DECKERS-HESEMANS, bijna 95 jaar

In uw jonge jaren viel er niet veel te kiezen. U kwam ter wereld in een gezin van acht kinderen en hielp dus, zodra het kon, mee op de boerderij en in de aanpalende winkel. Toen uw oudste zus zeer jong overleed, nam u als vanzelfsprekend haar plaats in, zowel in de huishouding als in het bedrijf. Het heeft u gestaald. U kon veel aan.
Naast uw gezin met man en vier kinderen dreef u de winkel in koloniale waren aan de Aylvalaan: een karakteristieke verschijning in uw keurig gesteven witte schort, uitermate klantgericht. Toen de grote supermarkten de levensmiddelenbranche verslonden, verstond u de tekenen van de tijd en deed u de winkel van de hand. U werd een der eerste bewoners van Belfort. Tot 2018 kon u die keuze trouw blijven, in de laatste jaren dankzij veel hulp. Maar u behield zelf de regie. U stond er altijd gesoigneerd op,
en u vond het fijn om onder de mensen te zijn: op de soos genoot u van kaarten en kienen; de reisjes met de Zonnebloem waren aan u zeer